Den Haag, 17 september 2019

DE POSITIE VAN HET NEDERLANDS IN 2019

Resultaten van het eerste vervolgonderzoek naar de Staat van het Nederlands

Met de Staat van het Nederlands laat de Taalunie elke twee jaar het gebruik van het Nederlands en andere talen onderzoeken in sociale situaties. Welke talen gebruiken inwoners van Nederland, Vlaanderen, Brussel en Suriname in welke situaties?

In Nederland en België is in 2018 een aantal situaties opnieuw bekeken (sociaal verkeer, sociale media en hoger onderwijs) en is deze keer ook aandacht besteed aan kennis en gebruik van dialecten en regionale talen. In Suriname zijn alle sociale situaties voor het eerst onderzocht (ook werk, informatieraadpleging, cultuurbeleving en de andere onderwijsniveaus). Tot slot is in alle landen een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar het talengebruik aan universiteiten.

Links naar:

Een samenvatting van de resultaten:

 Talengebruik in sociaal verkeer en op sociale media

  • In Nederland en Vlaanderen blijft het Nederlands de dominante taal in het sociaal verkeer. 85,2% van de Nederlandse respondenten zegt altijd Nederlands te spreken met familie, vrienden en bekenden, en onder de Vlaamse respondenten is dat 90,6%.
  • Het gebruik van het Fries wordt beduidend meer gerapporteerd. Vooral de jongere generaties (onder de 65 jaar) zeggen meer Fries te gebruiken.
  • Op sociale media neemt het gebruik van Engels naast Nederlands in zowel Nederland als Vlaanderen af. In Nederland van 27,0% naar 23,6%, in Vlaanderen van 24,6% naar 22,7%. In Brussel neemt het wel nog toe van 20,2 % naar 24,7 %.

 Kennis en gebruik van dialecten en regionale talen

  • In Nederland zegt één op de drie respondenten een dialect of een vorm tussen Nederlands en een dialect in te spreken, in Vlaanderen is dat twee op de drie.
  • In Nederland is het Limburgs de sterkste regionale taal, met 15,5 % van de respondenten dat zegt het te spreken, voor het Brabants (6,8 %) en de noordoostelijke variëteiten samengeteld (9,9 %). Als regionale taal wordt het Limburgs in Nederland ook veruit het vaakst gebruikt binnen het eigen gezin en in de directe omgeving.
  • In Vlaanderen wordt het West-Vlaams door de respondenten het meest opgegeven (12,3 %), voor het Antwerps (9,0 %) en het Gents (3,1 %). Opvallend is dat het West-Vlaams ook onder de Nederlandstalige Brusselaars het best gekende dialect is (22,7 %), voor het Brussels zelf en het Tongers (beide 6,8 %).

 Talengebruik in Suriname

  • Ook in Suriname is het Nederlands de voornaamste taal in het sociaal verkeer. In de privésfeer worden er ook andere moedertalen zoals het Sarnami gesproken en in de publieke sfeer komt vooral het Sranantongo er snel bij.
  • Ook in het onderwijs en op het werk is het Nederlands de voornaamste taal, met hier en daar het Sranantongo en het Engels erbij.

 Talengebruik in het hoger onderwijs en de wetenschap

Uit het eerste onderzoek in 2016 bleek dat het hoger onderwijs vooral in Nederland, in de masteropleidingen en aan de technische universiteiten, sterk aan het verengelsen was en dat wetenschappelijke artikelen en proefschriften nauwelijks nog in het Nederlands werden gepubliceerd.

  • Aan de Nederlandse universiteiten is het exclusieve gebruik van Engels nog toegenomen van 10,4% in 2016 naar 20,0% in 2018. Tegelijkertijd neemt het maatschappelijk draagvlak voor hoger onderwijs in een andere taal dan het Nederlands af van 60,9 % naar 54,5 %.
  • Aan de Vlaamse universiteiten is er geen significante stijging in het exclusieve gebruik van Engels, van 2,5 % in 2016 naar 2,8 % in 2018, maar neemt het maatschappelijk draagvlak voor hoger onderwijs in een andere taal dan het Nederlands juist nog toe, van 71,1 % in 2016 naar 75,3 % in 2018.

Uit aanvullend onderzoek naar het talengebruik aan de Universiteit Utrecht, de Universiteit Antwerpen en de Anton de Kom Universiteit van Suriname, blijkt dat:

  • de universitaire werking en communicatie in Nederland het meest verengelst;
  • er vooral in de masteropleidingen en voor onderzoek veel Engels wordt gebruikt;
  • er bij Geschiedenis nog wel in het Nederlands wordt gepromoveerd en gepubliceerd, maar dat dit bij Wiskunde niet of nauwelijks nog het geval is.


Van onderzoek naar beleid

Het onderzoek naar de Staat van het Nederlands wordt in opdracht van de Taalunie uitgevoerd door het Meertens Instituut in Nederland, de Universiteit Gent in België en het Instituut voor de Opleiding van Leraren in Suriname. Voor het onderzoek worden zowel mensen bevraagd als feitelijke gegevens verzameld. Hiervoor is een panel ingesteld, met meer dan 6.000 respondenten uit Nederland, België en Suriname, en zijn bijkomende data bepaald die door de onderzoekers elke twee jaar opnieuw kunnen worden geraadpleegd.
Op basis van de uitkomsten van het onderzoek naar de Staat van het Nederlands kan de Taalunie wetenschappelijk onderbouwde uitspraken doen over het gebruik van Nederlands en andere talen binnen onze samenleving. Zo kan ze ontwikkelingen in het talengebruik van mensen opvolgen en bekijken waar eventueel nieuw beleid nodig is om de positie van het Nederlands te behouden of te verstevigen.

 

———————————————————————————

WAT IS DE STAAT VAN HET NEDERLANDS?
Help ons het gebruik van het Nederlands opnieuw in kaart te brengen

Twee jaar geleden hebben duizenden mensen er mee voor gezorgd dat het gebruik van het Nederlands en andere talen in bepaalde maatschappelijke situaties voor het eerst in kaart kon worden gebracht voor Nederland, Friesland, Vlaanderen en Brussel.

Op basis van de uitkomsten van het eerste onderzoek naar de Staat van het Nederlands was het mogelijk feitelijk onderbouwde uitspraken te doen over de positie van onze taal binnen onze samenleving. De resultaten konden dan ook rekenen op heel wat media-aandacht.

Hier kunt u alles nog eens nalezen.

Het is nu opnieuw mogelijk om aan het onderzoek deel te nemen, en wel aan de eerste herhaling van specifieke deelgebieden binnen het sociaal verkeer, het online gebruik en de wetenschap. Op deze manier kunnen we ontwikkelingen en tendensen in het talengebruik opvolgen en bekijken waar eventueel nieuwe beleidsmaatregelen nodig zijn om de positie van het Nederlands te behouden of te verstevigen. Met deze eerste herhaling zal meer aandacht worden besteed aan talige variatie binnen het Nederlands en al dan niet erkende streektalen en zullen voor het eerst ook de talenkeuzes in Suriname worden geïnventariseerd.

Uiteraard willen we met het onderzoek zo veel mogelijk mensen bereiken, maar we willen jongeren, ouderen en van huis uit niet-Nederlandstaligen graag in het bijzonder aansporen zich voor de nieuwe, beperktere enquête aan te melden. Hun en uw bijdrage is van groot belang om ook de nieuwe onderzoeksresultaten zo representatief mogelijk te maken.

Wilt u (opnieuw) deel uitmaken van dit unieke onderzoekstraject? De nieuwe, ingekorte enquête staat nu online bij het Meertens Instituut. Het invullen van de vragenlijst kost naar verwachting maximaal 15 minuten van uw tijd. Wij danken u alvast voor uw inspanning!

Vul de enquête in voor:

Nederland

België

Suriname

De resultaten van het eerste vervolgonderzoek naar de ‘Staat van het Nederlands’ worden in het voorjaar van 2019 verwacht. Wij zullen alle deelnemers hiervan op de hoogte brengen. Voelt u zich vooral vrij deze uitnodiging met anderen in uw omgeving te delen.

Het onderzoek naar de ‘Staat van het Nederlands’ wordt in opdracht van de Taalunie uitgevoerd door het Meertens Instituut in Nederland en Friesland, de Universiteit Gent in Vlaanderen en Brussel, en het Instituut voor de Opleiding van Leraren in Suriname. Heeft u vragen over het onderzoek? Mail ons op staatned@meertens.knaw.nl.